Uitspraak
200904335/1), is met artikel 365 van Pro het WvSv een bijzondere en uitputtende regeling voor openbaarmaking vervat, die aan de Wob derogeert. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat de bepaling een bijzondere, uitputtende regeling bevat, die ertoe strekt te voorkomen dat door toepassing van de Wob afbreuk zou worden gedaan aan de werking ervan. De Afdeling volgt [appellant] niet in zijn betoog dat de korpsbeheerder geen beroep kan doen op artikel 365 van Pro het WvSv omdat die bepaling zich uitsluitend richt tot de rechtbank. In de door hem genoemde andere artikelen van het WvSv, waarin het openbaar ministerie wordt genoemd als verstrekker van informatie, ziet de Afdeling geen grond voor een ander oordeel, omdat deze artikelen geen betrekking hebben op zaken die leiden tot een vervolging dan wel omdat ze uitsluitend voorzien in de verstrekking van informatie aan de verdachte of zijn raadman. Een interpretatie van dit artikel zoals [appellant] voorstaat, zou met zich brengen dat tegen de strekking van artikel 365 van Pro het WvSv in via de korpsbeheerder stukken behorende tot het strafdossier zouden kunnen worden verstrekt aan derden. Dat de regeling in artikel 39b, eerste lid, van de Wjsg geen aan de Wob derogerende regeling is, doet geen afbreuk aan het uitputtende karakter van de regeling in artikel 365 van Pro het WvSv inzake de verstrekking van de stukken waarop ze betrekking heeft. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de Wjsg blijkt ook dat slechts is beoogd dat de Wob van toepassing is op het geven van persvoorlichting over een strafzaak en van andere opsporingsberichtgeving.