ECLI:NL:RVS:2010:BN0488

Raad van State

Datum uitspraak
7 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200908243/1/H3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M. Vlasblom
  • W. Konijnenbelt
  • B.P. Vermeulen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 WobArt. 365 WvSvArt. 39b WjsgArt. 8:29 Awb
Verwijzingen
10 uitgaand · 9 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verzoek om openbaarmaking strafdossierinformatie

De korpsbeheerder wees het verzoek van appellant om informatie over een vechtpartij en een overval gedeeltelijk af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 365, vierde en vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering een bijzondere en uitputtende regeling bevat die afbreuk aan de werking van de Wet openbaarheid van bestuur voorkomt. De korpsbeheerder mocht daarom de processen-verbaal niet openbaar maken.

Appellant voerde aan dat artikel 365 WvSv Pro zich uitsluitend tot de rechtbank richt en dat de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) van toepassing is, maar dit werd verworpen. De Afdeling bevestigde dat de regeling in artikel 365 WvSv Pro ook geldt voor de korpsbeheerder en dat de Wjsg niet aan de Wob derogeert.

Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om openbaarmaking van processen-verbaal bevestigd.

Uitspraak

200908243/1/H3.
Datum uitspraak: 7 juli 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 7 oktober 2009 in zaak nr. 08/9136 in het geding tussen:
[appellant]
en
de korpsbeheerder van de politieregio Haaglanden.
1. Procesverloop
Bij besluit van 8 maart 2007 heeft de korpsbeheerder het verzoek van [appellant] om informatie over onder meer een vechtpartij op 6 mei 2006 in het Burgemeester Vernedepark te Zoetermeer (hierna: de vechtpartij) en een overval op een woning in Delft op 29 mei 2006 (hierna: de Pink-zaak) gedeeltelijk afgewezen.
Bij besluit van 30 januari 2009 heeft de korpsbeheerder, opnieuw beslissend, het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 7 oktober 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep, voor zover thans van belang, ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 oktober 2009, hoger beroep ingesteld.
De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 10 november 2009 heeft [appellant] de Afdeling toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).
De korpsbeheerder heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 april 2010, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. H. van Drunen, werkzaam bij Juridisch Adviesbureau Maury te Utrecht, en de korpsbeheerder, vertegenwoordigd door mr. S. Denneman, werkzaam bij de politieregio Haaglanden, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) verstrekt een bestuursorgaan bij de uitvoering van zijn taak, onverminderd het elders bij wet bepaalde, informatie overeenkomstig deze wet en gaat het daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie.
Ingevolge artikel 365, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: WvSv) verstrekt de voorzitter van de kamer die op de strafzaak zit desgevraagd een afschrift van het vonnis en het proces-verbaal der terechtzitting aan ieder ander dan de verdachte of zijn raadsman, tenzij verstrekking naar het oordeel van de voorzitter ter bescherming van de belangen van degene ten aanzien van wie het vonnis is gewezen of van derden die in het vonnis of in het proces-verbaal worden genoemd, geheel of gedeeltelijk dient te worden geweigerd. In het laatste geval kan de voorzitter een geanonimiseerd afschrift of uittreksel van het vonnis en het proces-verbaal verstrekken.
Ingevolge het vijfde lid zijn onder het vonnis begrepen de stukken die aan de uitspraak zijn gehecht en wordt van andere tot het strafdossier behorende stukken geen afschrift of uittreksel verstrekt.
Ingevolge artikel 39b, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (hierna: de Wjsg) verwerkt het college van procureurs-generaal slechts strafvorderlijke gegevens, indien dit noodzakelijk is voor een goede vervulling van de taak van het openbaar ministerie of het nakomen van een andere wettelijke verplichting.
2.2. De rechtbank heeft overwogen dat de korpsbeheerder de openbaarmaking van de documenten terecht met verwijzing naar artikel 365, vierde en vijfde lid, van het WvSv heeft geweigerd. Zij heeft daarbij overwogen dat de bepaling een bijzondere uitputtende regeling bevat, die ertoe strekt te voorkomen dat door toepassing van de Wob afbreuk zou worden gedaan aan de werking ervan.
2.3. [appellant] heeft hiertegen aangevoerd dat artikel 365, vierde en vijfde lid, van het WvSv zich uitsluitend richt tot de rechtbank en niet tot het openbaar ministerie. Voorts heeft hij aangevoerd dat alle stukken in het strafdossier onder het bereik van de Wjsg vallen en dat de Afdeling heeft geoordeeld dat die niet zijn uitgezonderd van de Wob.
2.4. De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennis genomen van de niet verstrekte documenten. Het betreft de processen-verbaal van de vechtpartij en de Pink-zaak. Deze processen-verbaal maken deel uit van met het oog op vervolging van verdachten opgemaakte processen-verbaal en van aan de strafrechter voorgelegde strafdossiers.
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 20 januari 2010 in zaak nr.
200904335/1), is met artikel 365 van Pro het WvSv een bijzondere en uitputtende regeling voor openbaarmaking vervat, die aan de Wob derogeert. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat de bepaling een bijzondere, uitputtende regeling bevat, die ertoe strekt te voorkomen dat door toepassing van de Wob afbreuk zou worden gedaan aan de werking ervan. De Afdeling volgt [appellant] niet in zijn betoog dat de korpsbeheerder geen beroep kan doen op artikel 365 van Pro het WvSv omdat die bepaling zich uitsluitend richt tot de rechtbank. In de door hem genoemde andere artikelen van het WvSv, waarin het openbaar ministerie wordt genoemd als verstrekker van informatie, ziet de Afdeling geen grond voor een ander oordeel, omdat deze artikelen geen betrekking hebben op zaken die leiden tot een vervolging dan wel omdat ze uitsluitend voorzien in de verstrekking van informatie aan de verdachte of zijn raadman. Een interpretatie van dit artikel zoals [appellant] voorstaat, zou met zich brengen dat tegen de strekking van artikel 365 van Pro het WvSv in via de korpsbeheerder stukken behorende tot het strafdossier zouden kunnen worden verstrekt aan derden. Dat de regeling in artikel 39b, eerste lid, van de Wjsg geen aan de Wob derogerende regeling is, doet geen afbreuk aan het uitputtende karakter van de regeling in artikel 365 van Pro het WvSv inzake de verstrekking van de stukken waarop ze betrekking heeft. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de Wjsg blijkt ook dat slechts is beoogd dat de Wob van toepassing is op het geven van persvoorlichting over een strafzaak en van andere opsporingsberichtgeving.
2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, voor zover aangevallen.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.
Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. W. Konijnenbelt en mr. B.P. Vermeulen, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, ambtenaar van Staat.
w.g. Vlasblom w.g. Van Tuyll van Serooskerken
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2010
290.