Uitspraak
200800061/1) heeft de Afdeling overwogen dat het project in strijd is met de ter plaatse geldende bestemming "Jachthavenbedrijf, - Rs(b) -".
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren weigerde op 19 april 2005 vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan voor het realiseren van een vaste ligplaats voor een woonark ten behoeve van permanent toezicht op een jachthavenbedrijf. Het bestemmingsplan staat één bedrijfswoning toe op het perceel, maar het college vond het planologisch ongewenst dat er twee bedrijfswoningen zouden ontstaan.
Na het ongegrond verklaren van het bezwaar en het beroep bij de rechtbank Amsterdam, stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State. Appellante voerde aan dat het college onredelijk had gehandeld door de vrijstelling te weigeren en dat zij bereid was af te zien van de bouwmogelijkheid van een bedrijfswoning zoals het bestemmingsplan die biedt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen. Een voorwaarde of overeenkomst om af te zien van de bouwmogelijkheid doet de planologische situatie niet teniet. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het de keuze van appellante was om geen gebruik te maken van de bedrijfswoningmogelijkheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit van het college om geen vrijstelling te verlenen voor de vaste ligplaats van de woonark.