ECLI:NL:RVS:2010:BN1164
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling contra-indicatie bij opgave verschillende identiteiten in vreemdelingenprocedures
De staatssecretaris van Justitie stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die oordeelde dat de vreemdeling ten onrechte geen ambtshalve aanbod had gekregen op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet (oud).
De kern van het geschil betrof de vraag of het opgeven van verschillende identiteiten en nationaliteiten in meerdere vreemdelingenprocedures een contra-indicatie vormt voor het verlenen van een verblijfsvergunning. De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onterecht geen aanbod had gedaan, mede omdat de vreemdeling later een authentiek paspoort had overgelegd.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de Regeling, gelet op de totstandkomingsgeschiedenis, duidelijk maakt dat het opgeven van verschillende identiteiten in meerdere procedures een contra-indicatie vormt, ook als later de juiste identiteit wordt opgegeven. De rechtbank had dit onjuist beoordeeld. Ook het bezwaar van de vreemdeling werd ongegrond verklaard omdat er geen reden was hem te horen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard vanwege contra-indicatie door het opgeven van verschillende identiteiten in meerdere procedures.