Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf, waarbij hij schadevergoeding vorderde. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn van zes weken. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar gegrond was voor zover het betrekking had op de schadevergoeding en vernietigde het besluit deels, maar liet de rechtsgevolgen in stand vanwege de termijnoverschrijding.
Appellant stelde in hoger beroep dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, omdat het besluit van 29 november 2007 niet wees op de mogelijkheid tot bezwaar. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het ontbreken van een rechtsmiddelenclausule onvoldoende is om de termijnoverschrijding verschoonbaar te maken, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, welke hier niet zijn gebleken.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens wees zij een proceskostenveroordeling af. De zaak betrof een verzoek om schadevergoeding en de juiste toepassing van de bezwaartermijn en verschoonbaarheid daarvan.