ECLI:NL:RVS:2010:BN2246
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en voorgeleiding aan rechter-commissaris
De vreemdeling werd op 17 mei 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank oordeelde dat de aanhouding onrechtmatig was omdat niet was vastgesteld of de vreemdeling voor de rechter-commissaris was geleid binnen de wettelijke termijn, en hechtte daaraan de consequentie dat de bewaring onrechtmatig was en opgeheven moest worden. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat de vreemdelingenrechter niet bevoegd is om de rechtmatigheid van het strafrechtelijke voortraject te beoordelen, waaronder de voorgeleiding aan de rechter-commissaris. Dit is de taak van de strafrechter. Er waren tegenstrijdige processen-verbaal over de voorgeleiding, maar ongeacht welke juist is, mocht de rechtbank niet concluderen dat de aanhouding onrechtmatig was.
Verder oordeelde de Afdeling dat het uitlezen van de mobiele telefoon van de vreemdeling, ook indien zonder wettelijke grondslag, niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid van de bewaring. Daarnaast was de minister voldoende voortvarend geweest bij de voorbereiding van de uitzetting. De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.