Uitspraak
200408370/1is de rechtskracht van dat oordeel beperkt tot het voormelde geschil. Uit het voorgaande volgt dat [appellant sub 2] geen procesbelang heeft bij het door hem ingestelde hoger beroep.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Weert verleende op 28 april 2009 een vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van een compensatiewoning in het kader van de regeling Ruimte voor Ruimte op een perceel in de gemeente Weert. De rechtbank Roermond vernietigde dit besluit na beroep van een derde partij, stellende dat de woning in strijd was met het bestemmingsplan en onvoldoende was gemotiveerd dat de woning geen belemmering vormde voor de uitbreidingsmogelijkheden van een nabijgelegen varkenshouderij.
Tegen deze uitspraak stelden twee appellanten hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep van de tweede appellant niet-ontvankelijk was wegens gebrek aan procesbelang. Het hoger beroep van de eerste appellant werd gegrond verklaard. De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de locatie van de compensatiewoning niet in overeenstemming was met het provinciaal beleid, waarbij onder meer werd gewezen op de kernrandzone als geschikte locatie volgens het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2001 en de partiële streekplanherziening Noord- en Midden-Limburg.
Verder werd overwogen dat de woning geen extra belemmering vormt voor de uitbreidingsmogelijkheden van de inrichting van de wederpartij, mede op basis van geuronderzoeken die aantoonden dat reeds bestaande woningen beperkingen oplegden. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond. Tevens werd bepaald dat het betaalde griffierecht aan de appellant wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 1 is gegrond verklaard en het beroep van wederpartij ongegrond, terwijl het hoger beroep van appellant sub 2 niet-ontvankelijk is verklaard.