ECLI:NL:RVS:2010:BN2637
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P.A.M.J. Graat
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwangkosten na onterecht niet-ontvankelijk verklaren bezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg had op 26 juni 2008 besloten bestuursdwang toe te passen door het ontmantelen van een hennepkwekerij in een pand te Tilburg en de kosten daarvan op de eigenaar, appellant, te verhalen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn brief van 28 juli 2008, gericht aan een gerechtsdeurwaarder, wel degelijk als bezwaarschrift moest worden aangemerkt en dat het college hem bovendien niet tijdig en correct had geïnformeerd over de bezwaarprocedure, waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar was. De Raad van State oordeelde dat de brief van 28 juli 2008 voldoende inhoudelijk bezwaar bevatte tegen het kostenverhaal en dat het college deze ten onrechte niet als bezwaarschrift had aangemerkt.
Verder concludeerde de Raad dat het bezwaar tijdig was ingediend, omdat het bezwaarschrift op 30 juli 2008 door de gerechtsdeurwaarder was ontvangen en doorgezonden, binnen de wettelijke termijn. De eerdere niet-ontvankelijkverklaring was daarmee onterecht. De Raad vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.