Uitspraak
200900387/1/H3geoordeeld dat daarbij de maatstaf is of het geleverde tegenbewijs van die aard en strekking is dat het twijfel wekt aan de juistheid van het proces-verbaal.
Raad van State
De burgemeester van Rotterdam heeft op 26 augustus 2009 besloten de coffeeshop van appellant voor zes maanden te sluiten wegens overtreding van het coffeeshopbeleid. Dit besluit was gebaseerd op een politierapport waarin werd vastgesteld dat op 9 april 2009 de handelsvoorraad van softdrugs de toegestane 500 gram overschreed en dat op 19 juni 2009 aan één persoon meer dan 5 gram softdrugs werd verkocht.
Appellant stelde dat de overtredingen niet juist waren vastgesteld en dat hij geen contra-expertise kon uitvoeren. Ook betoogde hij dat de verkoop aan één persoon bestemd was voor meerdere personen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat een transactie wordt toegerekend aan de persoon die betaalt en dat de overtredingen voldoende waren bewezen.
De Raad van State bevestigde dat de burgemeester op grond van het handhavingsarrangement de bestuurlijke waarschuwing mocht overslaan gezien de ernst van de overtredingen. De smetteloze exploitatie van appellant vormde geen bijzondere omstandigheid om van de sluiting af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de sluiting voor zes maanden bevestigd.
Uitkomst: De sluiting van de coffeeshop voor zes maanden wordt bevestigd.