ECLI:NL:RVS:2010:BN4817
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding noodzakelijke kosten contra-expertise taalanalyse in asielprocedure
De vreemdeling verzocht het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om vergoeding van kosten voor een contra-expertise taalanalyse in twee fasen, waarvan het COa slechts een deel vergoedde. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het COa op basis van een aangescherpte vaste gedragslijn en advies van deskundigen heeft vastgesteld welke kosten noodzakelijk zijn voor een contra-expertise. Daarbij zijn werkzaamheden die geen specifieke taalkundige kennis vereisen en juridische werkzaamheden niet als noodzakelijke kosten aangemerkt. De Raad concludeerde dat het COa in redelijkheid tot deze gedragslijn heeft kunnen komen.
Verder oordeelde de Raad dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat het onmogelijk was een deskundige voor de Badini-taal te vinden tegen een lagere vergoeding dan De Taalstudio hanteerde. Ook het rapport van 2 juli 2009 bracht geen ander oordeel mee, omdat een contra-expertise een reactie is op eerder verzameld feitenmateriaal en geen zelfstandige nieuwe taalanalyse.
De Raad van State bevestigde daarom het besluit van het COa en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het COa de vergoeding van kosten voor een contra-expertise taalanalyse mag beperken tot redelijke noodzakelijke kosten en wijst het hoger beroep van de vreemdeling af.