Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer verleende op 1 december 2009 een vergunning aan het hoogheemraadschap van Rijnland voor het oprichten en in werking hebben van een afvalwaterzuiveringsinstallatie op het perceel Spieringweg 1201 te Zwaanshoek. Deze vergunning werd op 4 december 2009 ter inzage gelegd. Appellant, wonende nabij de inrichting, stelde beroep in tegen dit besluit omdat zijn woning ten onrechte als bedrijfswoning bij de inrichting was aangemerkt en daardoor niet werd betrokken bij de beoordeling van de hinder.
Appellant voerde aan dat zijn woning op een ander perceelnummer stond, een woonbestemming had en was afgescheiden door een hek, en dat hij een normale huurovereenkomst had en niet meer werkzaam was bij de inrichting. Het college betoogde dat de woning binnen de grenzen van de inrichting lag, volgens het bestemmingsplan de bestemming 'afvalwaterzuiveringsinstallatie' had en dat appellant tot mei 2009 direct betrokken was bij de bedrijfsvoering. De woning werd sinds 1995 door het hoogheemraadschap verhuurd.
De Raad van State oordeelde dat ondanks de vermelding op de tekening dat de woning niet bij de aanvraag behoorde, de woning door de nauwe betrokkenheid bij de inrichting en de ligging binnen de inrichtingssfeer terecht buiten beschouwing was gelaten bij de milieubeoordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.