ECLI:NL:RVS:2010:BN6683
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsrecht als familie van gemeenschapsonderdaan zonder gezamenlijk verblijf in andere lidstaat
De vreemdeling stelde beroep in tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsdocument als familielid van een gemeenschapsonderdaan. De rechtbank had geoordeeld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht kon ontlenen aan het verblijf van de referente in Spanje, omdat zij toen nog geen relatie hadden en er geen gezamenlijk verblijf in een andere lidstaat was geweest.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en verwijst naar relevante Europese jurisprudentie, waaronder het arrest Metock, waarin is bepaald dat het verblijfsrecht voor familieleden van gemeenschapsonderdanen afhankelijk is van gezamenlijk verblijf in een andere lidstaat. De situatie van terugkeer naar het land van herkomst zonder gezamenlijk verblijf in het gastland leidt niet tot een belemmering van het recht op vrij verkeer.
De Raad overweegt dat de vreemdeling geen relatie had met de referente tijdens haar verblijf in Spanje en dat hij haar niet begeleidde bij haar terugkeer naar Nederland. Daarom is er geen sprake van een belemmering van het recht op vrij verkeer en is de toepassing van de Richtlijn naar analogie niet aan de orde. Het hoger beroep wordt dan ook ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.