ECLI:NL:RVS:2010:BN6694
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Onterechte niet-ontvankelijkverklaring beroep op afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling diende op 13 maart 2008 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, nadat een eerdere aanvraag op 2 juni 2004 was afgewezen en rechtens onaantastbaar was geworden. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen de afwijzing van 5 augustus 2009 niet-ontvankelijk, omdat geen nieuwe feiten of bijzondere omstandigheden waren aangevoerd.
De Raad van State oordeelt dat de voorzieningenrechter ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat het ontbreken van een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkheid geldt, en het ontbreken van belang bij beroep slechts een uitzondering vormt. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter.
Hoewel geen nieuwe feiten of bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd en er geen relevante wetswijzigingen zijn, is er voor rechterlijke toetsing van het besluit geen plaats. De Raad verklaart het beroep tegen het besluit van 5 augustus 2009 ongegrond en wijst het beroep af.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 30 augustus 2010.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard na vernietiging van de niet-ontvankelijkverklaring.