AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Voorlopige voorziening tegen openbaarmaking suïcideverslag door minister
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport had op 13 december 2007 besloten tot openbaarmaking van het suïcideverslag van 18 mei 2006 naar aanleiding van een verzoek van een belanghebbende partij. De Stichting de Gelderse Roos maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop de minister bij besluit van 26 november 2008 het bezwaar gegrond verklaarde en het verzoek tot openbaarmaking afwees.
De belanghebbende stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank 's-Hertogenbosch, die op 26 juli 2010 het beroep gegrond verklaarde, het besluit van 26 november 2008 vernietigde en het besluit van 13 december 2007 schorste tot het moment dat de termijn voor hoger beroep was verstreken. Zowel de minister als de Gelderse Roos stelden vervolgens verzoeken om voorlopige voorziening in bij de Raad van State.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de beoordeling van de rechtbankuitspraak een grondig onderzoek vereist dat niet geschikt is voor de voorlopige voorzieningenprocedure. Gezien het spoedeisend belang van de minister en de Gelderse Roos en het ontbreken van zwaarwegende belangen van de wederpartij, werd het besluit van 13 december 2007 en de uitspraak van de rechtbank geschorst totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd het griffierecht aan de verzoekers terugbetaald.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot openbaarmaking van het suïcideverslag en de schorsing door de rechtbank worden geschorst totdat het hoger beroep is beslist.
Uitspraak
201008171/2/H3.
Datum uitspraak: 9 september 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van:
1. Stichting de Gelderse Roos, gevestigd te Wolfheze, gemeente Renkum,
2. de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
verzoekers,
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 26 juli 2010 in zaak nr. 09/30 in het geding tussen:
[wederpartij], wonend te [woonplaats],
en
de minister.
1. Procesverloop
Bij besluit van 13 december 2007 heeft de minister naar aanleiding van een verzoek van [wederpartij] besloten tot openbaarmaking van het suïcideverslag van 18 mei 2006.
Bij besluit van 26 november 2008 heeft de minister het door de Gelderse Roos daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het verzoek van [wederpartij] om openbaarmaking van het suïcideverslag van 18 mei 2006 afgewezen.
Bij uitspraak van 26 juli 2010, verzonden op 30 juli 2009 (lees: 2010), heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 26 november 2008 vernietigd, het besluit van 13 december 2007 bij wijze van voorlopige voorziening geschorst tot het moment dat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken en bepaald dat de minister een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.
Tegen deze uitspraak hebben de Gelderse Roos bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 augustus 2010, en de minister bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 augustus 2010, hoger beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 augustus 2010, heeft de Gelderse Roos de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 augustus 2010, heeft de minister de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 2 september 2010, waar de Gelderse Roos, vertegenwoordigd door mr. K. Mous, advocaat te Nijmegen, de minister, vertegenwoordigd door mr. A.B. van Rijn, advocaat te Den Haag, en [wederpartij], in persoon, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het verzoek van de Gelderse Roos strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat het besluit van de minister van 13 december 2007 en de uitspraak van de rechtbank van 26 juli 2010 voor zover deze strekt tot schorsing van het besluit van 13 december 2007 tot het moment dat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, worden geschorst.
Het verzoek van de minister strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat het besluit van 13 december 2007 en de uitspraak van de rechtbank van 26 juli 2010 worden geschorst.
2.2. Naar het oordeel van de voorzitter vergt de beantwoording van de vraag of de rechtbank in haar oordeel kan worden gevolgd, een onderzoek en een beoordeling waarvoor de voorlopige voorzieningenprocedure zich naar haar aard niet leent.
De minister en de Gelderse Roos hebben een spoedeisend belang bij de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening. Afwijzing van de verzoeken leidt er namelijk toe dat het suïcideverslag na het verstrijken van de hoger beroepstermijn openbaar moet worden gemaakt, omdat de rechtbank het besluit van 13 december 2007 heeft geschorst tot het moment dat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken. De gevolgen hiervan zijn onomkeerbaar en aan de bodemprocedure komt het onderwerp van geschil te ontvallen. Van de zijde van [wederpartij] is niet gebleken van zwaarwegende belangen die zich ertegen verzetten dat het oordeel van de Afdeling over de hoger beroepen van de Gelderse Roos en de minister wordt afgewacht.
Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
2.4. De secretaris van de Raad van State zal het door de minister en de Gelderse Roos gestorte griffierecht aan hen terugbetalen.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 december 2007, kenmerk DVC-2818001;
II. treft de voorlopige voorziening dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 26 juli 2010 in zaak nr. 09/30, totdat de Afdeling op zijn hoger beroep en dat van Stichting de Gelderse Roos heeft beslist;
III. verstaat dat de secretaris van de Raad van State aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Stichting de Gelderse Roos het voor de behandeling van de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening verschuldigde griffierecht vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.J. den Broeder, ambtenaar van staat.