ECLI:NL:RBSHE:2010:BN3026
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Openbaarmaking suïcideverslag geweigerd wegens onvoldoende motivering belangenafweging
De zaak betreft het verzoek van nabestaanden om het suïcideverslag van hun overleden dochter, opgesteld door een zorginstelling en verstrekt aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg, openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) weigerde dit op grond van belangen bij inspectie, persoonlijke levenssfeer en mogelijke benadeling van zorgaanbieder en patiënt.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het belang van inspectie, controle en toezicht zwaarder zou wegen dan het belang bij openbaarmaking. Tevens is vastgesteld dat de persoonlijke levenssfeer van een overleden persoon geen bescherming meer geniet onder de Wet bescherming persoonsgegevens, zodat ook dit bezwaar niet opgaat. De vrees voor onevenredige benadeling van zorgaanbieder en hulpverlener is onvoldoende onderbouwd.
Verder stelt de rechtbank dat gegevens van een overleden persoon geen persoonsgegevens zijn in de zin van de Wbp, waardoor artikel 10, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wob niet van toepassing is. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en beveelt de minister een nieuw besluit te nemen. Tot slot wordt het besluit van 13 december 2007 geschorst en het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van openbaarmaking van het suïcideverslag wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.