ECLI:NL:RVS:2010:BN7299
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hereniging niet-begeleide minderjarige met familie in Nederland onder Dublinverordening
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning asiel voor een niet-begeleide minderjarige vernietigde. De minderjarige vreemdeling wilde herenigd worden met zijn zuster in Nederland, terwijl de staatssecretaris stelde dat Malta verantwoordelijk bleef voor de behandeling van het asielverzoek omdat de moeder van de minderjarige nog in Somalië verbleef en er adequate opvang in het land van herkomst was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de staatssecretaris een onjuiste uitleg gaf aan artikel 15, derde lid, van Verordening 343/2003 (Dublinverordening). Volgens de rechter kan niet zonder onderzoek worden aangenomen dat de minderjarige kan terugkeren naar Somalië en is het niet in het belang van de minderjarige om niet herenigd te worden met zijn zuster in Nederland. De staatssecretaris voerde aan dat het beleid van de Vreemdelingencirculaire 2000 dit standpunt ondersteunt, maar dit beleid is strijdig met de Verordening en dient buiten toepassing te worden gelaten.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Hiermee werd bevestigd dat hereniging met familie in Nederland mogelijk is tenzij dit aantoonbaar niet in het belang van de minderjarige is.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.