ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2172
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning minderjarige asielzoeker wegens onvoldoende onderzoek familieband
Eiser, een minderjarige Somalische asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af op grond van de Dublin-verordening, omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Eiser stelde dat Nederland zijn asielaanvraag moest behandelen vanwege zijn verblijf bij een nicht in Nederland en het ontbreken van opvang in Italië.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderzocht of de familieband tussen eiser en zijn nicht daadwerkelijk bestond. Pas laat in de procedure werd deze band betwist, wat onzorgvuldig was. Daarnaast werd vastgesteld dat het beleid van verweerder met betrekking tot artikel 15, derde lid, van de Dublin-verordening niet in overeenstemming was met de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit in strijd was met het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel en vernietigde het besluit. Verweerder werd opgedragen binnen tien weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen tien weken een nieuw besluit te nemen.