Uitspraak
200507103/1wordt overwogen dat het inrichtinggebonden geluid dat van een terras afkomstig is uitsluitend wordt gereguleerd door het Activiteitenbesluit (voorheen: het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer), zodat de burgemeester niet bevoegd is in het kader van de toepassing van artikel 3.11 van de APV regels te stellen inzake de toelaatbaarheid van het niveau van dat geluid. Gelet op het bepaalde in het tweede en derde lid van voormeld artikel, zal bij de besluitvorming omtrent de aanvraag van een vergunning voor de exploitatie van een terras moeten worden beoordeeld of de situering van een terras op de beoogde locatie inbreuk maakt op de te beschermen woon- en verblijfskwaliteit van die locatie of het gebied waartoe die locatie behoort. Bij die beoordeling is het toegelaten geluidniveau een gegeven; er zal van uit moeten worden gegaan dat het terras aan de gestelde milieunormen voldoet. Dit laat evenwel onverlet dat de burgemeester bij het nemen van een besluit op een aanvraag om een exploitatievergunning ingevolge artikel 3.11, tweede lid, van de APV moet afwegen of een terras op een bepaalde plaats toelaatbaar is, gelet op de kwaliteit van het woon- en leefmilieu aldaar. De burgemeester mag bij die afweging het karakter van de omgeving waar het terras moet worden gevestigd betrekken, evenals de uitstraling van het terras in zijn totaliteit op die omgeving. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 9 januari 2008 in zaak nr.
200704352/1maakt het geluid, voor zover dit valt binnen de volgens de milieuwetgeving gestelde normen, deel uit van de uitstraling van een terras in zijn totaliteit op de omgeving en moet dat in aanmerking genomen worden bij de te verrichten beoordeling of de kwaliteit van het woon- en leefklimaat door het vergunnen van het terras niet te zeer wordt aangetast.