ECLI:NL:RVS:2010:BN9559
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- T.M.A. Claessens
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maximumprijzen geneesmiddelen Epoëtine alfa door minister
De minister heeft bij besluit van 15 februari 2010 de maximumprijzen voor verschillende concentraties van het geneesmiddel Epoëtine alfa (merknaam Eprex) vastgesteld, waarbij gebruik is gemaakt van vergelijkbare geneesmiddelen uit vier productgroepen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
Appellante stelde dat de sterkte van het geneesmiddel moest worden berekend op basis van de totale hoeveelheid werkzame stof per wegwerpspuit en niet op basis van de concentratie, zoals de minister had gedaan. Tevens voerde zij aan dat bio-similars niet als vergelijkbare geneesmiddelen konden worden aangemerkt vanwege verschillen in eiwitstructuur en zuiverheid.
De Raad van State oordeelde dat de minister terecht de sterkte bepaalde aan de hand van de concentratie per milliliter oplossing, conform de Wet geneesmiddelenprijzen en de Guideline on Summary of Product Characteristics. Daarnaast werd geoordeeld dat de bio-similars, ondanks kleine verschillen, dezelfde werkzame stof bevatten volgens de internationale naamgeving en dat de Europese geneesmiddelenautoriteit de bio-similars als klinisch en therapeutisch uitwisselbaar beschouwt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot vaststelling van maximumprijzen bevestigd.