ECLI:NL:RVS:2010:BO5707
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering permanente bewonersparkeervergunning ondanks parkeervoorziening bij wooncomplex
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende appellant een tijdelijke bewonersparkeervergunning voor sector 32, maar weigerde een permanente vergunning omdat appellant woonachtig is in een complex met eigen parkeergelegenheid. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze weigering.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de parkeergarage, die gelijktijdig met het wooncomplex is gebouwd en door bewoners wordt gebruikt, als parkeervoorziening bij het complex mag worden beschouwd. Dit betekent dat appellant, voor zover hij over parkeergelegenheid in deze garage kan beschikken, geen recht heeft op een permanente vergunning.
Hoewel appellant aanvoerde dat de kosten voor het huren van een parkeerplaats hoger zijn dan de vergunning en dat er voldoende parkeerruimte beschikbaar is, biedt het uitvoeringsbesluit geen ruimte om deze omstandigheden mee te wegen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde eveneens. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van een permanente bewonersparkeervergunning bevestigd.