ECLI:NL:RVS:2010:BO5757
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.N. Roes
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij beroep tegen ambtshalve wijziging grondwatervergunning
Bij besluit van 2 februari 2010 wijzigde het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland de aan NV Duinwaterbedrijf Zuid-Holland verleende grondwatervergunningen voor de winplaatsen Berkheide en Berkheide/de Kom. Dit besluit werd op 8 februari 2010 ter inzage gelegd. De stichtingen Berkheide Coepelduynen en Duinbehoud stelden beroep in bij de Raad van State tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde ambtshalve de vraag aan de orde of zij bevoegd was om van het beroep kennis te nemen, aangezien op 22 december 2009 de Grondwaterwet was ingetrokken en de Waterwet in werking was getreden. Volgens artikel 20.1 van de Wet milieubeheer kan tegen besluiten op grond van de Waterwet geen beroep worden ingesteld bij de Afdeling, tenzij artikel 6.27, tweede lid, van de Waterwet van toepassing is.
Het bestreden besluit betrof een ambtshalve wijziging van vergunningen op grond van artikel 23 van Pro de Grondwaterwet. Artikel 6.27, tweede lid, van de Waterwet was niet van toepassing en de overgangsregeling in artikel 2.29 van de Invoeringswet Waterwet ziet alleen op lopende aanvragen, niet op wijzigingsbesluiten. Daarom kon de Afdeling zich niet bevoegd verklaren om het beroep te behandelen en zond het beroepschrift door naar de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en zendt het door naar de rechtbank.