ECLI:NL:RVS:2010:BO8041
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ambtshalve aanbod wegens ontbreken burgemeestersverklaring
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank die het bezwaar tegen het niet ambtshalve doen van een aanbod op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde ononderbroken verblijf in Nederland sinds 1 april 2001, maar kon dit niet aantonen met een burgemeestersverklaring. Volgens vaste jurisprudentie kan alleen deze verklaring als bewijs dienen indien de vreemdeling niet traceerbaar is voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
De vreemdeling voerde aan dat het ontbreken van de verklaring hem pas laat was tegengeworpen en dat de staatssecretaris bekend was met stukken die hij aan de burgemeester had verstrekt. De Raad van State oordeelde echter dat de vreemdeling geen feiten of omstandigheden had gesteld die een nadere beoordeling van het ontbreken van de verklaring rechtvaardigen.
Daarmee is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.