ECLI:NL:RBSGR:2010:BM6114
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken burgemeestersverklaring en ononderbroken verblijf
Eiser verzocht om een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet, waarbij ononderbroken verblijf sinds 1 april 2001 vereist is. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser geen burgemeestersverklaring kon overleggen die dit verblijf bevestigt.
Eiser stelde dat hij ononderbroken in Nederland verbleef en dat het bewijs niet uitsluitend via een burgemeestersverklaring kon worden geleverd. Tevens voerde hij aan dat verweerder hem had moeten toestaan het burgemeestersdossier in te brengen en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat in andere gevallen zonder verklaring vergunningen waren verleend.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeestersverklaring een belangrijk bewijsstuk is en dat verweerder deze als juist mag aannemen. Het ontbreken ervan betekent niet automatisch afwijzing, maar eiser droeg de bewijslast en had niet tijdig een beroep gedaan op het burgemeestersdossier. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat andere gevallen niet vergelijkbaar waren en fouten daarin niet tot continuering leiden.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van ononderbroken verblijf en dat de afwijzing terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van ononderbroken verblijf en ontbreken van een burgemeestersverklaring.