Uitspraak
200502440/1) dient in beginsel te worden uitgegaan van de juistheid van hetgeen door de griffier is vastgelegd in het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting. Alleen indien er duidelijke aanwijzingen zijn dat het proces-verbaal geen juiste weergave is van het ter zitting verhandelde, kan van dit beginsel worden afgeweken. Nu de weergave in het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting van de rechtbank van het betoog van [appellante] over de trias politica haaks staat op hetgeen zij in bezwaar en beroep heeft aangevoerd, dient het ervoor te worden gehouden dat die weergave van dat betoog onjuist is en een kennelijke verschrijving is. Er zijn geen aanwijzingen dat die foutieve weergave van het betreffende betoog heeft doorgewerkt in de aangevallen uitspraak, omdat de rechtbank het betoog van [appellante] juist heeft weergegeven in de aangevallen uitspraak. De vaststelling dat haar betoog over de trias politica in het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting van de rechtbank onjuist is weergegeven leidt daarom niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.