ECLI:NL:RVS:2011:BP0958
Raad van State
- Hoger beroep
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opschorting overdracht vreemdeling aan Griekenland in hoger beroep Dublinprocedure
De minister van Justitie wees op 7 oktober 2010 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening die opschorting van de overdracht aan Griekenland en opschorting van de termijn van artikel 20 van Pro de Dublinverordening beoogde. De vreemdeling stelde dat de brief van de minister van Justitie aan de Tweede Kamer van 13 oktober 2010 een machtiging tot verblijf inhoudt, waardoor overdracht aan Griekenland niet meer mogelijk is.
De voorzitter oordeelde dat de brief slechts informeert over tijdelijke opschorting van overdrachten vanwege rechterlijke uitspraken, maar geen machtiging tot verblijf oplevert zoals bedoeld in artikel 2, aanhef en onder j, van de Verordening (EG) 343/2003. De rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit blijven van kracht en de vreemdeling moet Nederland zelfstandig verlaten.
Gezien de onzekerheid over de uitkomst van het hoger beroep en het ontbreken van bijzondere belangen om de uitspraak van de rechtbank reeds uit te voeren, werd de voorlopige voorziening toegewezen. Dit betekent dat de minister geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat het hoger beroep is beslist en dat de termijn van artikel 20 van Pro de Verordening wordt opgeschort vanaf de dag na bekendmaking van deze uitspraak.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen waardoor de minister geen nieuw besluit hoeft te nemen en de overdrachtstermijn wordt opgeschort totdat het hoger beroep is beslist.