ECLI:NL:RVS:2011:BP2538
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling zorgvuldigheid asielprocedure voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen in AC Schiphol
De minister van Justitie had besluiten genomen waarbij aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel werden afgewezen. De rechtbank verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, waarbij zij oordeelde dat een rust- en voorbereidingstermijn van minimaal zes dagen met een richttijd van drie weken ook voor amv's in AC Schiphol geldt.
De minister stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de brief van 18 juni 2010 had betrokken en dat volgens de geldende regelgeving geen rust- en voorbereidingstermijn geldt voor amv's in AC Schiphol. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht de brief had betrokken en dat de brief geen afbreuk doet aan de wettelijke bepalingen. Wel stelde de Raad vast dat het ontbreken van een rust- en voorbereidingstermijn niet per definitie betekent dat de asielaanvragen niet zorgvuldig kunnen worden behandeld.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor een nieuwe beoordeling waarbij de rechtbank moet toetsen of de asielaanvragen met de vereiste zorgvuldigheid in AC Schiphol kunnen worden behandeld, rekening houdend met persoonlijke omstandigheden van de vreemdelingen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor zorgvuldige herbeoordeling.