ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9101
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing zorgvuldigheid en minderjarigheid bij asielaanvraag alleenstaande minderjarige vreemdeling
Eiser, een alleenstaande minderjarige asielzoeker uit Kameroen, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door verweerder werd afgewezen. Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn homoseksualiteit en familieconflicten vervolging zou riskeren bij terugkeer. Tevens stelde hij dat de asielprocedure niet zorgvuldig was verlopen, met name dat hij niet door een speciaal getrainde ambtenaar was gehoord en dat er onvoldoende rekening was gehouden met zijn minderjarigheid.
De rechtbank onderzocht of het bestreden besluit in overeenstemming was met artikel 17, vierde lid, van de Procedurerichtlijn, dat stelt dat alleenstaande minderjarige vreemdelingen door speciaal opgeleide ambtenaren moeten worden gehoord en dat beslissingen door ambtenaren met kennis van de bijzondere behoeften van minderjarigen moeten worden voorbereid. Uit de stukken bleek dat dit niet het geval was en dat het besluit geen blijk gaf van een specifieke afweging van de kwetsbare positie van eiser.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse implementatie van deze richtlijn onvoldoende was en dat het besluit daarom niet in stand kon blijven. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarbij de uitspraak in acht wordt genomen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van artikel 17, vierde lid, Procedurerichtlijn; verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.