ECLI:NL:RVS:2011:BP4326
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verval verblijfsvergunning en beoordeling asielrelaas vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie trok op 8 oktober 2009 de verblijfsvergunning van de vreemdeling in omdat de grond voor verlening was komen te vervallen. De vreemdeling had geen originele reisdocumenten overgelegd en haar asielrelaas ontbeerde positieve overtuigingskracht. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister stelde hoger beroep in.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht had vastgesteld dat de vreemdeling toerekenbaar geen originele reisdocumenten had overgelegd, ondanks dat een kopie van een paspoort en vluchtgegevens waren gevonden. Het ontbreken van originele documenten was van belang voor de beoordeling van de asielaanvraag. Tevens was het asielrelaas van de vreemdeling onvoldoende consistent en overtuigend, mede omdat zij pas tijdens het tweede nader gehoor belangrijke informatie gaf over haar betrokkenheid bij de FNL.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris had het besluit voldoende gemotiveerd en de vreemdeling had geen verschoonbare reden gegeven voor het ontbreken van documenten of het niet volledig en consistent afleggen van verklaringen.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de intrekking van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.