ECLI:NL:RVS:2009:BK8672
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijkheid staatssecretaris bij beoordeling geloofwaardigheid asielrelaas en ontbrekende documenten
De staatssecretaris van Justitie wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af wegens het ontbreken van noodzakelijke documenten en twijfels over de geloofwaardigheid van het asielrelaas. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen welke documenten noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag en dat het ontbreken van het identiteitsbewijs en het militaire boekje, naast het overgelegde rijbewijs, verwijtbaar is aan de vreemdeling. Hierdoor was het oordeel van de staatssecretaris dat het asielrelaas niet de vereiste positieve overtuigingskracht bezit, redelijk en voldoende gemotiveerd.
Verder toetste de Raad de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas terughoudend en concludeerde dat de staatssecretaris zich niet onredelijk heeft opgesteld, mede gelet op tegenstrijdigheden en ongerijmdheden in het relaas van de vreemdeling.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het besluit van de staatssecretaris stand hield.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.