Uitspraak
200406628/1, heeft overwogen dat het in artikel 36, eerste lid, van de Wbp geregelde correctierecht niet is bedoeld om indrukken, meningen, onderzoeksresultaten en conclusies waarmee betrokkene zich niet kan verenigen, te corrigeren of te verwijderen. De juistheid van die indrukken, meningen, onderzoeksresultaten en conclusies kan door een daartoe strekkend betoog in de daarvoor geëigende procedure aan de orde worden gesteld. Dat [appellant] zich niet kan verenigen met gedeelten van de rapportages, is op zichzelf geen grond voor het oordeel dat die gedeelten hadden moeten worden gecorrigeerd of verwijderd.