Uitspraak
200501078/1) moet bij de toetsing van een bouwplan aan een bestemmingsplan niet slechts worden bezien of het bouwwerk overeenkomstig de bestemming van het perceel kan worden gebruikt, doch mede of het bouwwerk ook met het oog op zodanig gebruik wordt opgericht. Dit houdt in dat een bouwwerk in strijd met de bestemming moet worden geoordeeld indien redelijkerwijs valt aan te nemen dat het bouwwerk uitsluitend of mede zal worden gebruikt voor andere doeleinden dan die waarin de bestemming voorziet.
200805551/1/H1) dat het op de weg van [wederpartij] lag gegevens en bescheiden te verschaffen waaruit het college van zodanige overeenstemming met het bestemmingsplan had kunnen blijken. Die gegevens zijn door hem niet verstrekt. In de bouwaanvraag is enkel aangegeven dat de bedrijfsruimten dienen ten behoeve van "Industrie/Kantoor". [wederpartij] heeft blijkens een memo van 8 april 2009 van de afdeling Planologische Vergunningen van de gemeente Zaanstad in een telefoongesprek tussen hem en een medewerker van de gemeente naar aanleiding van de bouwaanvraag voorts gesteld, maar niet nader gemotiveerd, dat hij de voorziene bedrijfsruimten als opslag dan wel reparatie van kermisattributen zal gaan verhuren. In bezwaar heeft hij wederom enkel gesteld, en niet nader gemotiveerd, dat een groot deel van het bedrijventerrein wordt gebruikt ten behoeve van de bedrijfstak kermisexploitatie en het om die reden aannemelijk is dat de bedrijfsruimten ook zullen worden gebruikt ten behoeve van kermisexploitatie. [wederpartij] is niet verschenen op de hoorzitting, zodat hij ook daar geen nadere informatie heeft verschaft.