Uitspraak
200902380/1/R2.
200902380/1/R2. Hieruit volgt dat de minister heeft kunnen afzien van het verbinden van termijnen aan de vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen.
20082545/1. De omstandigheid dat het druk is in de omgeving van het duinterrein doet daar volgens de minister niet aan af, omdat slechts ecologische criteria een rol mogen spelen bij de aanwijzing en begrenzing van een gebied.
200802545/1de beleidslijn inzake het zoveel mogelijk gelijktrekken van de begrenzing van Habitat- en Vogelrichtlijngebieden niet onredelijk heeft geacht, overweegt de Afdeling dat dit oordeel niet valt te lezen in overweging 2.4.2 van die uitspraak. In die uitspraak is door de Afdeling slechts beoordeeld of bij de aanwijzing van het Habitatrichtlijngebied Voordelta aan het samenvallen van de zeewaartse begrenzing met het gelijknamige Vogelrichtlijngebied een ecologisch criterium ten grondslag was gelegd door de minister.
200802545/1de begrenzingencriteria die de minister heeft toegepast bij de aanwijzing van gebieden ter uitvoering van de Vogelrichtlijn heeft aanvaard, neemt niet weg dat de minister in onderhavige zaak onvoldoende heeft gemotiveerd dat aan deze begrenzingencriteria is voldaan.
200201933/1zag de Afdeling geen aanleiding om deze methode van begrenzing onredelijk of anderszins onjuist te achten.