ECLI:NL:RVS:2011:BP8395
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter wegens onvoldoende motivering in asielprocedure Somalië
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De voorzieningenrechter had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar volstond met een mondelinge uitspraak zonder schriftelijke motivering binnen de vereiste termijn, wat in strijd is met artikel 8:67 Awb Pro.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de mondelinge uitspraak niet voldeed aan de motiveringseis en dat een latere schriftelijke motivering niet mogelijk is. Daarom werden de uitspraken van de voorzieningenrechter vernietigd.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat het asielrelaas van de vreemdeling onvoldoende positieve overtuigingskracht heeft, mede vanwege onduidelijkheden en tegenstrijdigheden in haar verklaringen. Ook was niet gebleken dat de situatie in Kismayo ten tijde van belang zodanig uitzonderlijk was dat er een reëel risico op ernstige schade bestond.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee werd het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraken van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.