Uitspraak
200910210/1/R1, bestaat geen grond voor het oordeel dat het provinciebestuur zich niet in redelijkheid het met het ruimtelijke beleid gediende belang van het voorkómen van verstedelijking van het landelijk gebied heeft kunnen aantrekken. Hierbij acht de Afdeling van belang dat de ruimte-voor-ruimteregeling, die een uitvloeisel is van dit beleid, onderdeel uitmaakt van bestendig beleid dat in ieder geval sinds de inwerkingtreding van het Streekplan door het provinciebestuur ongewijzigd wordt voorgestaan. Dit beleid is vervolgens opgenomen in de Beleidslijn en staat inmiddels in de Verordening.