ECLI:NL:RVS:2011:BQ0748
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- M.A.A. Mondt Schouten
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beleid minister over herkomst documentloze Tibetanen bij asielaanvraag
De vreemdeling, een documentloze Tibetaan die stelt uit China afkomstig te zijn, had een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en de vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof het beleid van de minister dat documentloze Tibetanen die niets in het Mandarijn kunnen vertellen in beginsel niet uit China afkomstig worden geacht. De vreemdeling betoogde dat dit beleid kennelijk onredelijk is, omdat niet elke Tibetaan Mandarijn spreekt en onduidelijk is hoe het beheersen van Mandarijn wordt beoordeeld.
De Raad van State oordeelde dat het beleid niet kennelijk onredelijk is en dat de minister zich op redelijke gronden op het standpunt heeft kunnen stellen dat de door de vreemdeling gestelde herkomst ongeloofwaardig is. De vreemdeling had geen documenten overgelegd en kon haar herkomst niet aannemelijk maken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt het beleid en benadrukt dat het ontbreken van het beheersen van Mandarijn bij documentloze Tibetanen een redelijke grond is om aan te nemen dat zij niet uit China afkomstig zijn, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit anders is.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het beleid van de minister bevestigd.