ECLI:NL:RVS:2011:BQ2714
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duur vreemdelingenbewaring exclusief voorafgaande strafrechtelijke detentie
De vreemdeling was op 22 december 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld, welke op 15 mei 2009 werd opgeheven waarna hij strafrechtelijk werd gedetineerd. Op 6 januari 2011 werd een nieuwe maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. De vreemdeling stelde dat de termijn van zes maanden voor vreemdelingenbewaring volgens de Terugkeerrichtlijn moest worden verlengd met de voorafgaande strafrechtelijke detentie.
De Raad van State oordeelde dat noch de Terugkeerrichtlijn, noch het arrest Kadzoev van het Hof van Justitie aanknopingspunten biedt om de voorafgaande strafrechtelijke detentie bij de termijn van de vreemdelingenbewaring te betrekken. Het arrest Kadzoev betrof een andere situatie waarin sprake was van voortzetting van een eerdere bewaring, wat hier niet het geval was.
De Afdeling bevestigde dat de termijn van maximaal zes maanden ziet op de duur van de desbetreffende maatregel van inbewaringstelling en dat de belangenafweging omtrent voortduring van de bewaring niet afhankelijk is van voorafgaande strafrechtelijke detentie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de termijn van zes maanden voor vreemdelingenbewaring wordt niet verlengd met voorafgaande strafrechtelijke detentie.