Uitspraak
200901369/1/H3), mag de toepassing van paragraaf 2.1.1 er ingevolge artikel 7, vijfde lid, van de Wpbr niet toe leiden dat iemand die niet aan de eisen van betrouwbaarheid voldoet, toch te werk gesteld mag worden voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden. Dit brengt mee dat de zogenoemde hardheidsclausule niet mag worden toegepast, als betrokkene niet voldoende betrouwbaar is, als bedoeld in paragraaf 2.1, aanhef en onder c, van de Circulaire. De rechtbank heeft terecht voor de korpschef geen ruimte aanwezig geacht voor toepassing van de hardheidsclausule, nadat deze tot het oordeel was gekomen dat [appellant] onvoldoende betrouwbaar was.