ECLI:NL:RVS:2011:BQ4956
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door ruime uitleg werkgeversbegrip
De minister legde op 6 maart 2009 aan appellante een boete van €11.000 op wegens overtreding van de artikelen 2 en 15 van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het ruime werkgeversbegrip in de Wav niet strijdig is met de doelstellingen van de Europese richtlijn 2009/52/EG, die minimumnormen stelt voor sancties tegen werkgevers van illegaal verblijvende vreemdelingen. De richtlijn trad in werking na het besluit, maar de omzettingstermijn liep nog tot 20 juli 2011. Het hanteren van een ruim werkgeversbegrip voor die datum brengt de doelstelling van de richtlijn niet ernstig in gevaar.
De Raad van State verwierp het betoog van appellante dat het ruime werkgeversbegrip strijdig zou zijn met de richtlijn en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De boete van €11.000 blijft gehandhaafd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning en het niet naleven van administratieve verplichtingen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €11.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.