ECLI:NL:RVS:2011:BQ5910
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- J. Wieland
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor kap van dertien lindebomen in Dedemsvaart ondanks bezwaar bewoners
Het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg verleende op 1 juni 2010 een vergunning voor het kappen van dertien lindebomen in de Julianastraat te Dedemsvaart in verband met een herinrichtingsproject. Bewoners en anderen stelden beroep in tegen deze vergunning, dat door de voorzieningenrechter ongegrond werd verklaard. Het hoger beroep bij de Raad van State richtte zich onder meer op de vraag of ook de Katsurabomen vergunningplichtig waren, de belangenafweging door het college en de waarde van de bomen voor stads- en dorpsschoon.
De Raad van State oordeelde dat de kapvergunning per boom beoordeeld moet worden op basis van stamomtrek en dat het college de belangen zorgvuldig heeft afgewogen. De herinrichting van de Julianastraat, gericht op verbetering van verkeerscirculatie en leefbaarheid, woog zwaarder dan het behoud van de lindebomen, ook van een boom met een stamomtrek van meer dan 150 cm. De rapportage van BTL Bomendienst werd als objectief en onpartijdig beschouwd, terwijl de tegenrapportage onvoldoende concrete aanwijzingen gaf om twijfel te rechtvaardigen.
Verder stelde de Raad van State vast dat het college de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon heeft betrokken in de belangenafweging en dat de eerdere toezegging uit 1994 om vier lindebomen te sparen niet meer bindend is vanwege gewijzigde omstandigheden. Gelet op deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de kapvergunning voor dertien lindebomen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.