Uitspraak
200809417/1in rechte onaantastbaar geworden. Aan dit besluit van 18 maart 2008 is onder meer ten grondslag gelegd dat in strijd met artikel 10.37 van de Wet milieubeheer materiaal was afgevoerd naar een grondbank en dat in strijd met de artikelen 10.38 en 10.39 begeleidingsbrieven niet juist waren ingevuld. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het besluit van 18 maart 2008 expireert op het moment dat de vergunning daadwerkelijk is ingetrokken, zodat de besluiten zien op twee verschillende tijdvakken. Van een ongeoorloofde samenloop is dan ook geen sprake. Het betoog faalt.
200801122/1, aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Nijhoff heeft niet aannemelijk gemaakt dat dergelijke toezeggingen zijn gedaan. Voor zover Nijhoff betekenis toekent aan de inhoud van een mailbericht van de teamleider handhaving van de provincie op 27 augustus 2010, wordt overwogen dat deze mail dateert van na het intrekkingsbesluit, zodat reeds daarom op grond daarvan geen gerechtvaardigd vertrouwen kan bestaan. Het college heeft in het besluit op bezwaar bovendien afstand genomen van de inhoud van het mailbericht. Het betoog slaagt niet.
201005294/1ongegrond verklaard. De overige in bezwaar gehandhaafde besluiten zijn inmiddels in rechte onaantastbaar. Meer dan een half miljoen euro was destijds reeds aan dwangsommen verbeurd. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de reeds opgelegde handhavingsbesluiten niet het beoogde effect hebben gesorteerd. Het college heeft zich verder in redelijkheid op het standpunt gesteld dat de gedragingen van Nijhoff Grindmaatschappij B.V. aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben en dat het belang van de bescherming van het milieu is gediend bij intrekking van de vergunningen. De omstandigheid dat een deel van de overtredingen, hangende bezwaar, ongedaan is gemaakt, wat daar verder overigens ook van zij en nog daargelaten dat onbetwist is dat niet alle overtredingen ongedaan waren gemaakt, brengt niet met zich dat het college het intrekkingsbesluit had moeten herroepen.. Het betoog faalt.