ECLI:NL:RVS:2011:BQ7859
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Minister mag asielverzoek weigeren wegens ongeloofwaardige herkomst Somalië
De minister voor Immigratie en Asiel had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen omdat de vreemdeling onvoldoende geloofwaardig kon aantonen dat hij afkomstig was uit Somalië. De rechtbank had dit besluit vernietigd, maar de minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het niet kunnen noemen van meerdere nabijgelegen plaatsen rondom de gestelde geboorteplaats Afmadow een voldoende grond was om de herkomst ongeloofwaardig te achten. Hierdoor ontbrak het asielrelaas aan positieve overtuigingskracht. De minister hoefde daarom niet inhoudelijk te beoordelen of het beroep op artikel 15 van Pro de richtlijn terecht was.
De Raad verwierp ook het bezwaar van de vreemdeling dat de minister onzorgvuldig had gehandeld door niet zelf aanvullende vragen te stellen. De last om de herkomst aannemelijk te maken ligt immers bij de vreemdeling. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: De minister mocht het asielverzoek afwijzen wegens ongeloofwaardige herkomstverklaring uit Somalië.