Uitspraak
200301877/1), de toepassing van wetten die noodzakelijk kunnen worden geacht om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang, onverlet. De ter plaatse geldende bestemmingsplanregeling is een zodanige regulering. De rechtbank heeft terecht geen grond gezien voor het oordeel dat die regulering niet in verhouding staat tot de daarmee te beschermen belangen, waaronder dat van een goede ruimtelijke ordening. In dat verband heeft de rechtbank er terecht op gewezen dat, naar niet weersproken is, zowel het bestemmingsplan als de welstandsnota een dakterras toestaan, ook op het dak van [appellante].
200602035/1. Van belang is daarbij dat geen sprake is van een situatie waarin [appellante] op grond van het oude beleid zonder meer aanspraak had op verlening van een bouwvergunning, zodat ook daarin geen grond kan zijn gelegen om een uitzondering te maken op het geldende uitgangspunt bij heroverweging, dat het besluit op bezwaar wordt genomen met inachtneming van de feiten en omstandigheden ten tijde van het nemen van dat besluit en de op dat tijdstip geldende rechts- en beleidsregels. In zoverre bestaat evenmin grond voor het oordeel dat, zoals [appellante] heeft gesteld, het dagelijks bestuur de besluitvorming opzettelijk heeft vertraagd om haar te benadelen. Het college heeft, gezien de ter zitting gegeven toelichting, voldoende aannemelijk gemaakt dat het heeft gewacht met het nemen van het besluit op bezwaar omdat nieuwe beleidsregels werden opgesteld die ruimere bouwmogelijkheden zouden gaan bieden en het aldus [appellante] juist in een gunstiger positie heeft willen brengen.
201007342/1/H1, dat zij niet op de hoogte is gebracht van de zitting van de welstandscommissie, terecht geen grond gezien voor het oordeel dat aan het welstandsadvies van 28 mei 2008 zodanige gebreken kleven dat het dagelijks bestuur dat advies niet aan zijn besluitvorming ten grondslag mocht leggen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat voormelde uitspraak betrekking had op de situatie dat de ontwerper van het bouwplan in strijd met het eigen protocol van de betrokken welstandscommissie niet in de gelegenheid was gesteld het plan toe te lichten bij het opstellen van een zogenoemde second opinion. Die omstandigheid mocht de rechtbank, aldus de uitspraak van 9 maart 2011, betrekken bij haar conclusie dat het college van burgemeester en wethouders van Rheden, ondanks de aanwezigheid van een andersluidende second opinion, het welstandsadvies mocht volgen dat het aan zijn besluitvorming ten grondslag had gelegd. Die situatie doet zich in deze zaak niet voor.
200601712/1) ziet de afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 van Pro de Awb op bijzondere gevallen die niet in de beleidsregels zijn verdisconteerd. Niet valt in te zien dat de situatie van [appellante] dermate afwijkend is dat die niet is voorzien bij het opstellen van de welstandsnota.