ECLI:NL:RVS:2011:BQ7947
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel en bevestiging rechtsgevolgen
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie op 16 november 2009 werd afgewezen. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval de minister een nieuw besluit te nemen.
Zowel de vreemdeling als de minister stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de situatie in Mogadishu betrok bij haar beoordeling, omdat de wijze van uitzetting geen onderdeel is van de beoordeling van de aanvraag zelf. Volgens artikel 45 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 moet de vreemdeling Nederland binnen de gestelde termijn verlaten, waarna pas de minister bevoegd is tot uitzetting.
De Raad verklaarde het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond en dat van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze bepaalde dat de rechtsgevolgen niet in stand bleven en dat een nieuw besluit moest worden genomen. De rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit blijven volledig van kracht. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €437,00.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en bevestigt dat de rechtsgevolgen van het afwijzingsbesluit van 16 november 2009 volledig in stand blijven.