ECLI:NL:RVS:2011:BQ8811
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen projectbesluit woningbouw en gebruik bedrijfswoning
Het college van burgemeester en wethouders van Almelo nam op 9 februari 2010 een projectbesluit voor de realisatie van vier woningbouwkavels en het gebruik van een bedrijfswoning als burgerwoning op een perceel te Bornerbroek. Dit besluit was onderdeel van een overeenkomst in het kader van de provinciale 'rood-voor-rood'-regeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van een appellant niet-ontvankelijk omdat nog geen bouwvergunning was verleend voor de woningen, waardoor het projectbesluit niet zelfstandig appellabel was. De appellanten stelden dat het projectbesluit onaantastbaar was omdat inmiddels een bouwvergunning was verleend voor één woning en dat het deel van het projectbesluit dat betrekking had op de bedrijfswoning als burgerwoning wel zelfstandig aan te vechten was.
De Raad van State oordeelde dat de wetgever met artikel 46, zesde lid, van de Woningwet een concentratie van rechtsbescherming heeft beoogd, waardoor tegen een projectbesluit pas beroep kan worden ingesteld in het kader van een bouwvergunningprocedure. Het projectbesluit is dus niet onaantastbaar. Verder is het deel van het projectbesluit dat ziet op het gebruik van de bedrijfswoning als burgerwoning wel zelfstandig appellabel, maar de appellant had onvoldoende belang omdat hij geen zicht heeft op de woning en niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door het gebruik wordt belemmerd.
De hoger beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het projectbesluit.