ECLI:NL:RVS:2011:BR1251
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- B. van Wagtendonk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak vreemdelingenbewaring wegens medische problematiek en zicht op uitzetting
De vreemdeling werd op 25 december 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De minister betoogde dat de rechtbank ten onrechte het arrest Kadzoev van het Hof van Justitie betrok en dat er wel degelijk zicht op uitzetting bestond, mede gelet op de mogelijkheid om de situatie met de Marokkaanse consul te bespreken. De vreemdeling voerde aan dat zijn ernstige medische toestand uitzetting belemmert.
De Raad van State oordeelde dat ambtshalve toetsing beperkt is tot voorschriften van openbare orde, maar dat rechtsgronden ambtshalve aangevuld moeten worden. De rechtbank had terecht de Terugkeerrichtlijn betrokken bij de beoordeling van het zicht op uitzetting. Echter, de rechtbank had de minister niet de mogelijkheid geboden om de situatie met de Marokkaanse consul te bespreken, waardoor het oordeel over het ontbreken van redelijk vooruitzicht op verwijdering niet op voorhand kon worden genomen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond. Het beroep van de vreemdeling bij de rechtbank werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De bewaring wordt opnieuw beoordeeld aan de hand van de juiste procedure en feiten.
De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 4 juli 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.