ECLI:NL:RVS:2011:BR3844
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring vereist nieuw terugkeerbesluit na hernieuwde terugkeer
De vreemdeling was ongewenst verklaard en had Nederland verlaten, waarmee hij aan zijn terugkeerverplichting voldeed. Na een periode in Suriname keerde hij echter opnieuw terug naar Nederland terwijl zijn ongewenstverklaring nog van kracht was. De rechtbank had geoordeeld dat geen nieuw terugkeerbesluit nodig was voorafgaand aan de inbewaringstelling.
De Raad van State stelt dat de terugkeerprocedure met het vertrek naar Suriname was beëindigd en dat bij de nieuwe inbewaringstelling een nieuw terugkeerbesluit had moeten worden genomen. Dit besluit werd pas zes dagen na de inbewaringstelling genomen, waardoor de maatregel onrechtmatig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond en matigt de schadevergoeding tot nihil vanwege het bewust voortzetten van het onrechtmatig verblijf. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond wegens het ontbreken van een nieuw terugkeerbesluit voorafgaand aan de vreemdelingenbewaring.