ECLI:NL:RVS:2011:BQ4612
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake vreemdelingenbewaring zonder voorafgaand terugkeerbesluit
De vreemdeling werd op 26 december 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld, terwijl het terugkeerbesluit pas enkele minuten later werd genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees een schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat volgens artikel 15 van Pro richtlijn 2008/115/EG een maatregel van bewaring in principe voorafgegaan moet worden door een terugkeerbesluit. In deze zaak was dat niet het geval, maar de Raad achtte dit gebrek onvoldoende om de bewaring onrechtmatig te verklaren, mede omdat de bewaring kort na het verstrijken van de implementatietermijn van de richtlijn plaatsvond en het terugkeerbesluit vrijwel gelijktijdig werd genomen.
De minister had toegezegd dat de uitvoeringspraktijk na een eerdere uitspraak van de Raad van State zou worden aangepast om dergelijke fouten te voorkomen. De overige grieven van de vreemdeling werden niet gegrond verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.