ECLI:NL:RVS:2011:BR3850
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens termijnoverschrijding
De vreemdeling heeft tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. De termijn voor het indienen van het hogerberoepschrift was op 27 januari 2011 verstreken. Het hogerberoepschrift werd per fax op 28 januari 2011 ontvangen en het originele stuk per post op 1 februari 2011, terwijl het poststempel op 29 januari 2011 stond, dus na afloop van de termijn.
De vreemdeling stelde dat zijn voormalige gemachtigde geen hoger beroep wilde instellen en dat hij wegens ziekte niet tijdig kon handelen. De Raad van State oordeelde dat deze omstandigheden geen rechtvaardiging bieden voor het overschrijden van de termijn, aangezien het de eigen verantwoordelijkheid van de indiener is om tijdig hoger beroep in te stellen, ook door derden in te schakelen bij ziekte.
Verder werd het beroep op artikel 13 EVRM Pro in samenhang met artikel 3 EVRM Pro en artikel 47 van Pro het EU Handvest verworpen. De jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vereist naleving van nationale procedureregels, tenzij bijzondere feiten of omstandigheden dit verhinderen. De vreemdeling had dergelijke bijzondere omstandigheden niet aannemelijk gemaakt.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift.