ECLI:NL:RVS:2011:BR3851
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- S.I.M. Peute
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken grieven in vreemdelingenzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft een vreemdeling hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep tegen een afwijzing van een verblijfsdocument ongegrond verklaarde. De Raad van State beoordeelde of het hogerberoepschrift voldeed aan de vereisten van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De vreemdeling had geen grieven in het hogerberoepschrift opgenomen, wat een vereiste is om ontvankelijk te zijn. Hierdoor werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De Raad van State overwoog tevens dat het betoog dat het vreemdelingenprocesrecht in strijd zou zijn met het Unierecht faalt, mede omdat de aangehaalde EU-richtlijn geen expliciete regels bevat over de voorwaarden voor het indienen van grieven.
De Raad verwees naar de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin is bepaald dat het aan de lidstaten is om procedureregels vast te stellen, mits een doeltreffende bescherming van rechten wordt gewaarborgd. De termijn voor het indienen van grieven maakt de uitoefening van rechten niet onmogelijk of uiterst moeilijk en voldoet daarmee aan het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het hoger beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van de minister bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van grieven in het hogerberoepschrift.