ECLI:NL:RVS:2011:BR5031
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste beoordelingskader bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister werd afgewezen vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas en onvoldoende onderbouwing van de gestelde vrees voor besnijdenis en andere risico's bij terugkeer naar het land van herkomst.
De rechtbank oordeelde dat de minister een onjuist beoordelingskader had gehanteerd door vermoedens van de vreemdeling te beoordelen onder de geloofwaardigheid van het asielrelaas in plaats van onder de kwalificatievraag. De minister stelde echter dat de beoordeling inhoudelijk juist was en dat de vermoedens niet plausibel waren.
De Raad van State oordeelde dat de minister wel degelijk inhoudelijk heeft getoetst of de verklaringen kwalificeerden als rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning en dat het beoordelingskader juist was toegepast. De grief van de minister werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
De Raad van State nam daarbij mee dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij een reëel risico liep op besnijdenis of andere gevaren bij terugkeer, mede gelet op het landelijk verbod op besnijdenis en de aanwezigheid van opvangmogelijkheden bij familie.
De overige beroepsgronden werden niet meer behandeld omdat de rechtbank daarover reeds zonder voorbehoud had beslist en er geen nauwe verwevenheid met de in hoger beroep aan de orde gestelde punten bestond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.