ECLI:NL:RVS:2010:BL4556
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geloofwaardigheid en plausibiliteit van vermoedens bij asielaanvraag
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vernietigde. De staatssecretaris had het asielrelaas van de vreemdeling beoordeeld en de vermoedens over wat hem bij terugkeer naar het land van herkomst te wachten stond, niet als geloofwaardig erkend.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de staatssecretaris de plausibiliteit van deze vermoedens in het kader van de geloofwaardigheid van het asielrelaas heeft beoordeeld, wat volgens vaste jurisprudentie een onjuist beoordelingskader is. De beoordeling van de plausibiliteit en zwaarwegendheid van vermoedens behoort te geschieden in het kader van de rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning.
Ondanks dit onjuiste beoordelingskader verklaart de Afdeling het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter, met verbeterde motivering. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.